Aandeel van de 0-17 jarigen in de totale bevolking

Aandeel van de 0-17 jarigen in de totale bevolking

Thema

Bevolking


Gewestelijk gemiddelde (2017)

22,97 %

I. Inleiding

Er bestaan verschillende manieren om de leeftijdsstructuur van een bevolking te bestuderen. Om de aandacht te vestigen op het relatief gewicht van bepaalde leeftijdsgroepen, die gedefinieerd werden volgens hun positie in de economische en familiale levenscyclus, moeten meerdere leeftijdsschijven gegroepeerd worden. Dit maakt het mogelijk om grosso modo een onderscheid te maken tussen kinderen en adolescenten die in het algemeen nog niet actief zijn op de arbeidsmarkt (0-17 jaar), de bevolking die de leeftijd heeft om te werken en een gezin te stichten (18-64 jaar) en de bevolking die de pensioenleeftijd heeft bereikt (65 jaar en meer).

De cijfers betreffende het aandeel van jongeren van minder dan 18 jaar in de totale bevolking, schijnen in de eerste plaats een licht op twee demografische feiten. Enerzijds geven ze, rechtstreeks, een beeld van het relatief gewicht van de minderjarigen in de bevolking. Anderzijds wijzen ze ook, op een meer indirecte manier, op de aanwezigheid van gezinnen (eenoudergezinnen, al dan niet gehuwde koppels) met een of meer jonge kinderen. Men kan immers aannemen dat minderjarigen nog in grote mate afhangen van de woningkeuze van hun ouders.



II. Beschrijving van de kaart

II.1. In 2017

De grootste aandelen jongeren van minder dan 18 jaar worden aangetroffen in de arme sikkel. Daarbuiten kennen ook meerdere wijken van de tweede kroon, langs de as van het kanaal en in het westen van het Gewest, hoge percentages minderjarigen onder hun bevolking. Omgekeerd is het aandeel jongeren bijzonder klein in het oostelijk deel van de Vijfhoek en in de wijken in het oosten van de eerste kroon. De wijken die meer in de rand van het oosten van de tweede kroon liggen, hebben gemiddelde aandelen jongeren.

De verdeling van de waarden toont vrij grote verschillen aan tussen de uitersten en suggereert aanzienlijke ruimtelijke verschillen in de samenstelling van de bevolking op regionale schaal.

 

Het laagste aandeel jongeren van minder dan 18 jaar (minder dan 17,5 %) wordt vastgesteld in het oosten van de Vijfhoek en in de oostelijke en zuidoostelijke segmenten van de eerste kroon en, in mindere mate, van de tweede kroon. Het aandeel alleenwonenden (zie kaarten van de alleenwonenden), vrouwen van 20-49 jaar en koppels zonder kinderen (zie overeenstemmende kaart) is er namelijk bijzonder hoog.

De hoogste waarden (tussen 25 en 32 %) zijn daarentegen geconcentreerd in de wijken ten noorden en ten westen van de Vijfhoek, hoofdzakelijk dus in deze van de arme sikkel die zich uitstrekt van Schaarbeek tot de lage gedeelten van Vorst en Sint-Gillis, via Kuregem, Historisch Molenbeek, Koekelberg, de Noordwijk en Sint-Joost. Deze hoge waarden lopen verder naar het noorden van het Gewest en het noorden en westen van Anderlecht. Deze oververtegenwoordiging van jongeren wordt op diverse manieren verklaard: het geboortecijfer is veel hoger in de betrokken gemeenten en in het bijzonder in de gezinnen van niet-Europese herkomst die er gevestigd zijn. Ook de grootte van de huishoudens is er aanzienlijk hoger, meer bepaald omwille van de oververtegenwoordiging van kroostrijke gezinnen. Daarbij komt nog dat de geïmmigreerde gezinnen, die zich in een moeilijke socio-economische situatie bevinden en sterk aanwezig zijn in deze wijken, de neiging hebben om er te blijven leven op het moment van de geboorte van hun kinderen, dit in tegenstelling tot de Belgische gezinnen van de andere centrale wijken die op dat moment meer kiezen voor een verhuizing naar de gedecentraliseerde wijken of stedelijke periferie buiten het Brusselse Gewest.

Jongeren van minder dan 18 jaar zijn trouwens sterk aanwezig in een reeks wijken in de uiterste rand van het Gewest. De waarden overschrijden er overal de gemiddelde gewestelijke waarde. Het aandeel koppels met kinderen is er namelijk hoog (zie overeenstemmende kaart). Vergeleken met de bevolking van de wijken in de eerste kroon, is de bevolking echter globaal ouder en meer van Belgische of Europese herkomst.

 

II.2. Evolutie van 1997 tot 2017

 

Het aandeel Brusselaars van minder dan 18 jaar stijgt constant sinds 1997. Ze stijgt van 20,91 % in 1997 tot 22,97 % in 2017, waarmee het aantal minderjarigen in 2017 273.697 bedraagt. Deze evolutie weerspiegelt de verjonging van de Brusselse bevolking, wat duidelijke gevolgen heeft voor de behoeften aan kinderopvang, onderwijs, vrijetijdsinfrastructuur, speelruimten in de wijk.

De ruimtelijke verdeling van deze leeftijdsgroep binnen de Brusselse ruimte is licht gewijzigd van 1997 tot 2017. In de loop van deze twee decennia hebben de jongeren hun massale aanwezigheid in de arme sikkel en in een reeks wijken in de zuidoostelijke rand van de tweede kroon van Brussel gehandhaafd.

Het zijn echter de wijken in het westen en in het noorden van de tweede kroon waar de waarden het sterkst gestegen zijn. Verder komt het Kanaal duidelijker uit de kaart naar voren. Deze evolutie wijst op een ruimtelijke uitbreiding van de wijken met een groot aandeel jonge bevolking, vooral naar het westen en het noorden van Brussel.


 

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.