Geslachtsverhouding

Geslachtsverhouding

Thema

Bevolking


Gewestelijk gemiddelde (2016)

95,35 %

I. Inleiding

Deze indicator wordt berekend door de vergelijking van het mannelijke aandeel met het vrouwelijke aandeel van een bepaalde bevolking. Hij wordt uitgedrukt in aantal mannen per 100 vrouwen. Een waarde van minder dan 100 betekent dat de vrouwen talrijker zijn dan de mannen en omgekeerd.

Bij de geboorte is de geslachtsverhouding 105 jongens per 100 meisjes. Omdat het sterftecijfer van de jongens in het algemeen hoger is dan dat van de meisjes, vermindert de verhouding met de leeftijd en zijn de volwassen vrouwen in de meerderheid. Op een vergevorderde leeftijd vermindert deze verhouding vervolgens sterk ten gevolge van de hogere levensverwachting van de vrouwen.

De geslachtsverhouding hangt dus rechtstreeks af van de leeftijdsstructuur van de bevolking. Hoe ouder een bevolking is, hoe groter de kans dat er meer vrouwen dan mannen zijn.

Het is nochtans niet de enige factor die de numerieke verhouding tussen mannen en vrouwen bepaalt. Ook sterk verschillende migratietrajecten in functie van geslacht en leeftijd beïnvloeden het resultaat. Zo heeft de tijdelijke hogere toestroom van mannen vanuit het buitenland op een bepaald moment (dit is momenteel niet meer het geval), bijvoorbeeld omdat ze werk zoeken, een rechtstreekse invloed op de geslachtsverhouding, zonder dat parameters die strikt verband houden met de leeftijd een rol spelen. Na hun vestiging zal de geslachtsverhouding bij deze migrantenbevolking natuurlijk ook evolueren met de leeftijd.



II. Beschrijving van de kaart

II.1. In 2016

De kaart vertoont in de Vijfhoek, de arme sikkel, de Europawijk en de wijken ten zuiden van de Europawijk waarden hoger dan 100, meer mannen dan vrouwen dus. Hierbij zijn vooral de waarden in het westen van de Vijfhoek en de aanpalende wijken de waarden hoog. In de brede Kanaalzone en de rest van de eerste kroon is het aantal mannen en vrouwen ongeveer gelijk. In de tweede kroon zijn de vrouwen talrijker en vertoont de geslachtverhouding waarden kleiner dan 100. 

 

Deze ruimtelijke verdeling is, globaal gezien, omgekeerd evenredig met de ruimtelijke verdeling van het aandeel personen van 65 jaar en meer in de bevolking (zie overeenstemmende kaart). Hoe lager dit aandeel, hoe sterker de geslachtsverhouding. Dit is het geval in de vermelde centrale wijken. Deze omgekeerde relatie wordt ook in de andere richting bevestigd: de bejaarde personen zijn veel beter vertegenwoordigd in de buitenwijken van de tweede kroon. Deze registreren bijzonder zwakke geslachtsverhoudingen. De waarden die geregistreerd worden voor de geslachtsverhouding vertonen dus een afnemende gradiënt van het centrum naar de rand. De leeftijdsstructuur heeft dus a priori een sterke invloed op het evenwicht tussen de geslachten in de bevolking.

Er zijn nog enkele andere parameters die de bijzonder hoge waarden in de meer centrale wijken verklaren. De bevolking is bijzonder jong (zie kaart 'Gemiddelde leeftijd') in het westen en het noorden van de Vijfhoek, waardoor de verhouding de neiging heeft om hogere waarden op te tekenen. Het feit dat diezelfde wijken een belangrijke immigratie vanuit het buitenland, meer bepaald vanuit Turkije en Noord-Afrika gekend hebben, benadrukt enigszins dit onevenwicht in het voordeel van de mannen. De migraties, die verband houden met werk, waren immers heel lang een zaak van mannen. Hoewel de migraties ondertussen sterk vervrouwelijkt zijn, draagt de bevolking nog steeds de erfenis van de vorige generaties.


II.2. Evolutie van 1997 tot 2016

 

De geslachtsverhouding steeg ieder jaar sinds 1997 (deze bedroeg toen 90,50). Hoewel de vrouwen in de meerderheid blijven in de stad, stijgt het aandeel mannen dus over de hele betrokken periode. Deze evolutie is in de eerste plaats het gevolg van een verjonging van de bevolking en dus een toename van het aantal geboorten, waarbij de jongens in de meerderheid zijn.

Een andere mogelijke reden is de daling van het verschil in levensverwachting bij de geboorte tussen mannen en vrouwen ieder jaar. Vrouwen worden nogal altijd relatief ouder dan mannen, maar dit verschil daalt, waardoor de geslachtsverhouding stijgt.

De migratiebalansen tussen het Brusselse Gewest en het buitenland tenslotte brengen vandaag meer vrouwen dan mannen naar de stad, terwijl deze verhouding vroeger nog omgekeerd was. De interne migraties doen dit effect gedeeltelijk te niet, gezien door de interne migraties relatief meer vrouwen dan mannen verloren worden aan de rest van het land.

De ruimtelijke spreiding tenslotte vertoont geen grote wijzigingen. Wel stellen we vooral een toename van de geslachtsverhouding vast in de eerste kroon en aanpalende wijken in de tweede kroon, vooral in het noorden en het westen van de tweede kroon.


 

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.