Gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte (inkomensklassen)
Thema
- Inkomen, armoede en sociale bijstand
Subthema's
- Fiscaal inkomen
Eenheid
Geografische schaal
Definitie
Het gemiddelde inkomen per aangifte voor een gebied wordt berekend door de som van de inkomens van de aangiften voor de personenbelasting van de inwoners van dat gebied te delen door het aantal aangiften.
Het inkomen dat wordt gebruikt voor deze indicator, is het totale netto belastbaar inkomen. Dat is het inkomen dat als basis dient voor de berekening van het bedrag van de belasting. Het is de som van alle aangegeven belastbare inkomens min de aftrekbare uitgaven.
Er zijn verschillende soorten belastbare inkomens. Ze kunnen in vier categorieën worden verdeeld:
1) beroepsinkomen: bezoldiging van werknemers (lonen), zelfstandigen of bedrijfsleiders, vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkering, pensioenen enz.) enz;
2) roerend inkomen: dividenden, rente enz;
3) onroerend inkomen: kadastraal inkomen of netto huurinkomen, afhankelijk van het geval ...
4) diverse inkomsten: alimentatie enz.
Om deze statistiek op te stellen, worden eerst alle aangiften verwijderd waarvan het totale netto belastbaar inkomen gelijk is aan nul.
Het gebruik van inkomensklassen heeft te maken met vertrouwelijkheid, aangezien het exacte gemiddeld inkomen voor bepaalde wijken verborgen moet blijven. Om toch een volledige kaart te kunnen voorstellen is de exacte waarde van het gemiddelde inkomen van elke wijk vervangen door een bereik waarbinnen dat gemiddeld inkomen valt. De wijken zijn onderverdeeld in vijf inkomensklassen.
De exacte bedragen van het gemiddelde inkomen in de wijken die niet verborgen moeten blijven, zijn in tabelvorm beschikbaar in het gedeelte 'Tabellen' van de Wijkmonitoring => indicator 'Gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte'.
Belang
De op basis van het belastbare inkomen berekende indicatoren zijn vooral nuttig voor het bestuderen van het vermogen van de bevolking om bij te dragen aan de fiscale ontvangsten van de verschillende administratieve entiteiten. In het algemeen geldt: hoe hoger het belastbaar inkomen van een aangifte, hoe hoger de belasting die moet worden betaald door de belastingplichtig(en) op wie die aangifte betrekking heeft.
Dus hoe hoger het gemiddeld belastbaar inkomen in een wijk (of gemeente of statistische sector), hoe waarschijnlijker het is dat de bevolking meer bijdraagt aan de financiën van haar gemeente en gewest (en van de federale staat) via de belasting op dat inkomen.
Het inkomen van de huishoudens is ook een indicator van hun koopkracht en dus van hun vermogen om toegang te krijgen tot verschillende goederen en diensten (voedsel, cultuur, huisvesting enz.). Het belastbaar inkomen kan ook worden gebruikt om het inkomensniveau en dus de koopkracht van de huishoudens te schatten. De indicatoren voor het equivalent inkomen na belastingen, die eveneens beschikbaar zijn op de website van de Wijkmonitoring, zijn echter interessanter voor een benadering op basis van de koopkracht.
Opmerking
De kenmerken van de gegevensbron die voor deze indicator wordt gebruikt, brengen met zich mee dat een aantal voorzorgsmaatregelen moet worden genomen in de analyses van de levensstandaard of koopkracht van de huishoudens. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende elementen:
- Het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte wordt berekend op basis van het totaal netto belastbaar inkomen van elke belastingaangifte.
Hoewel die informatie nuttig is op het fiscale niveau, heeft ze het nadeel dat ze alleen informatie geeft over het belastbare inkomen en niet over het inkomen waarover de huishoudens daadwerkelijk beschikken nadat de belasting is afgetrokken.
Een ander nadeel van het totale netto belastbaar inkomen is dat bepaalde inkomens, zoals het door het OCMW uitgekeerde leefloon en de kinderbijslag, niet worden meegerekend.
Ook worden roerende en onroerende inkomsten over het algemeen onderschat vanwege de specifieke belastingregels voor die categorieën van inkomsten.
Ten slotte worden sommige hoge inkomsten niet belast wegens speciale belastingsystemen, zoals in het geval van de huishoudens van bepaalde werknemers van internationale organisaties (zoals de Europese instellingen, de NAVO enz.).
- Er zijn twee soorten belastingaangiften: gemeenschappelijke (voor gehuwden of wettelijk samenwonenden) en individuele (in alle andere gevallen). De eerste hebben dus betrekking op het inkomen van twee personen en de tweede op het inkomen van één persoon.
Bij het vaststellen van het gemiddeld inkomen per aangifte wordt geen onderscheid gemaakt naar type aangifte. Het aandeel van elk type aangifte in het totaal kan dus een aanzienlijke invloed hebben op het gemiddelde inkomen.
- Statistieken gebaseerd op de fiscale belastinginkomens moeten met de nodige voorzichtigheid van het ene jaar op het andere worden vergeleken. Veranderingen in fiscale reglementering of ontwikkelingen in de administratieve verwerking en de inkohiering van de aangiften kunnen een aanzienlijke invloed hebben op deze statistieken.
Vergeleken met het mediaan inkomen heeft het gemiddeld inkomen het nadeel dat het gevoeliger is voor extreme waarden. De aanwezigheid van een beperkt aantal aangiften met zeer hoge inkomens kan daarom een sterke invloed hebben op het gemiddelde inkomen.
Beschikbaarheden
| Datum van de kaart |
|---|
| 2022 |
| 2021 |
| 2020 |
| 2019 |
| 2018 |
| 2017 |
| 2016 |
| 2015 |
| 2014 |
| 2013 |
| 2012 |
| 2011 |
| 2010 |
| 2009 |
| 2008 |
| 2007 |
| 2006 |
| 2005 |
Gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte (inkomensklassen)
Thema
- Inkomen, armoede en sociale bijstand
Subthema's
- Fiscaal inkomen
Gewestelijk gemiddelde / Gewestelijke mediaan (2022)
Eenheid
Inleiding
De kaart van het gemiddeld belastbaar inkomen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geeft een indicatie van de geografische verschillen in de capaciteit van de bevolking om bij te dragen tot de fiscale ontvangsten van de verschillende administratieve entiteiten (gemeenten, gewest, federale staat enz.).
Deze kaart toont ook de verschillen in koopkracht van de bevolking. De indicatoren voor het equivalent inkomen na belastingen, die eveneens beschikbaar zijn op de website van de Wijkmonitoring, zijn echter interessanter voor een benadering op basis van de koopkracht.
Op wijkniveau is de exacte waarde van het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte niet beschikbaar via deze kaart. Om redenen van vertrouwelijkheid wordt alleen het bereik weergegeven dat overeenkomt met de inkomensklasse van de wijk. Meer gedetailleerde informatie over dit onderwerp is beschikbaar in de 'indicatorfiche'.
Beschrijving
1. In 2022
| De wijken met de laagste gemiddelde belastbare inkomens per aangifte bevinden zich vooral in de arme sikkel, terwijl de wijken met de hoogste gemiddelde belastbare inkomens per aangifte vooral in het zuidoostelijke kwadrant van de tweede kroon liggen. |
De meeste wijken met de laagste gemiddelde belastbare inkomen per aangifte (onder € 26.500) liggen in het zuidwesten van de Vijfhoek en in de noordelijke en westelijke delen van de eerste kroon. Ze vormen de arme sikkel van het Gewest, rond het stadscentrum.
Sommige wijken in het westelijke deel van de tweede kroon hebben ook een gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte van minder dan € 26.500. Drie ervan (Anderlecht Centrum - Wayez, Karreveld en Oud Laken West) grenzen rechtstreeks aan de wijken van de eerste kroon die de arme sikkel vormen. Ze breiden dus de arme sikkel uit, die historisch beperkt was tot de grenzen van de eerste kroon.
De wijken van de Vijfhoek en de eerste kroon die geen deel uitmaken van deze arme sikkel, hebben heterogene profielen. Voor de meeste varieert het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte tussen € 26.500 en € 41.200. Een dunbevolkte wijk in de Vijfhoek (Koningswijk), en drie wijken in het zuiden van deze eerste kroon (Brugmann - Lepoutre, Churchill en Vijvers van Elsene) springen eruit en hebben de hoogste gemiddelde belastbare inkomens per aangifte van het gebied, meer dan € 41.200.
De wijken met het hoogste gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte in het Brussels Gewest zijn bijna uitsluitend geconcentreerd in het zuidoostelijke kwadrant van de tweede kroon. De meeste wijken in dit kwadrant hebben een gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte van meer dan € 41.200. Toch is het gemiddelde belastbare inkomen per aangifte minder dan € 31.000 in drie wijken in dit kwadrant van de tweede kroon. Het betreft een wijk met een grote studentenpopulatie (Universiteit), een wijk met een hoog aandeel sociale woningen (Drie Linden) en een wijk die deze twee kenmerken combineert (Kapelleveld).
De gemiddelde belastbare inkomens per aangifte in wijken in de rest van de tweede kroon zijn over het algemeen lager dan in het zuidoostelijke kwadrant, maar hoger dan in de arme sikkel, namelijk tussen € 26.500 en € 41.200.
In het westelijke deel van de tweede kroon ligt het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte echter lager dan € 26.500 in drie wijken. Deze keer grenzen ze niet direct aan de eerste kroon: Goede Lucht, Veeweide - Aurore en Vogelenzang - Erasmus.
Daarentegen heeft de wijk Gulledelle in het oosten een gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte van meer dan € 41.200.
2. Van 2005 tot 2022
Het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte voor het Gewest is gestegen van € 22.565 in 2005 tot € 32.530 in 2022. De geografische spreiding is tussen 2005 en 2022 relatief stabiel gebleven. De stijging van het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte was globaal genomen echter iets groter in het zuidoostelijke kwadrant van de tweede kroon dan in de rest van het Gewest.
Opmerking
De kenmerken van de gegevensbron die voor deze indicator wordt gebruikt, brengen met zich mee dat een aantal voorzorgsmaatregelen moet worden genomen in de analyses van de levensstandaard of koopkracht van de huishoudens. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende elementen:
- Het gemiddeld belastbaar inkomen per aangifte wordt berekend op basis van het totaal netto belastbaar inkomen van elke belastingaangifte.
Hoewel die informatie nuttig is op het fiscale niveau, heeft ze het nadeel dat ze alleen informatie geeft over het belastbare inkomen en niet over het inkomen waarover de huishoudens daadwerkelijk beschikken nadat de belasting is afgetrokken.
Een ander nadeel van het totale netto belastbaar inkomen is dat bepaalde inkomens, zoals het door het OCMW uitgekeerde leefloon en de kinderbijslag, niet worden meegerekend.
Ook worden roerende en onroerende inkomsten over het algemeen onderschat vanwege de specifieke belastingregels voor die categorieën van inkomsten.
Ten slotte worden sommige hoge inkomsten niet belast wegens speciale belastingsystemen, zoals in het geval van de huishoudens van bepaalde werknemers van internationale organisaties (zoals de Europese instellingen, de NAVO enz.).
- Er zijn twee soorten belastingaangiften: gemeenschappelijke (voor gehuwden of wettelijk samenwonenden) en individuele (in alle andere gevallen). De eerste hebben dus betrekking op het inkomen van twee personen en de tweede op het inkomen van één persoon.
Bij het vaststellen van het gemiddeld inkomen per aangifte wordt geen onderscheid gemaakt naar type aangifte. Het aandeel van elk type aangifte in het totaal kan dus een aanzienlijke invloed hebben op het gemiddelde inkomen.
- Statistieken gebaseerd op de fiscale belastinginkomens moeten met de nodige voorzichtigheid van het ene jaar op het andere worden vergeleken. Veranderingen in fiscale reglementering of ontwikkelingen in de administratieve verwerking en de inkohiering van de aangiften kunnen een aanzienlijke invloed hebben op deze statistieken.
Vergeleken met het mediaan inkomen heeft het gemiddeld inkomen het nadeel dat het gevoeliger is voor extreme waarden. De aanwezigheid van een beperkt aantal aangiften met zeer hoge inkomens kan daarom een sterke invloed hebben op het gemiddelde inkomen.
De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.