Woningdichtheid

Thema
  • Huisvesting
Subthema's
  • Staat en evolutie van het woningbestand
Eenheid
aantal/km²
Geografische schaal
Wijkmonitoring
Definitie

De woningdichtheid wordt berekend door het totale aantal conventionele woningen te delen door de oppervlakte van het gebied waar ze zich bevinden. Volgens de definitie van de Census zijn conventionele woningen “gescheiden (omgeven door muren en bedekt met een dak) en onafhankelijke (met directe toegang tot de straat of een trap, een gang) ruimten die bestemd zijn voor permanente menselijke bewoning” (Statbel, Census, definities). Het kan gaan om bewoonde of onbewoonde woningen. Deze woningen bevinden zich in appartementen, eengezinswoningen of zelfs in niet-residentiële gebouwen (bijvoorbeeld een conciërgewoning). Ze onderscheiden zich van collectieve woonverblijven, die bewoond worden door collectieve huishoudens zoals gedefinieerd door het Rijksregister (Statbel).

Belang

De indicator “woningdichtheid” geeft een beeld van de mate waarin woningen in een gebied aanwezig zijn. Dit wordt met name bepaald door de typologie van de bebouwing (grote gebouwen versus eengezinswoningen). Deze indicator is vergelijkbaar met de indicator ‘huishoudensdichtheid’ en brengt de meer residentiële wijken in beeld (sterke aanwezigheid van huisvesting ten opzichte van andere functies zoals kantoren, voorzieningen of groene ruimten).

 

Veel stedelijke vraagstukken kunnen worden bestudeerd door rekening te houden met de woningdichtheid, zoals afvalinzameling, aansluiting op water, gas en elektriciteit en andere openbare diensten, of CO2-uitstoot door verwarming.

 

Deze indicator kan worden aangevuld met indicatoren over woningtypes (appartementen, huizen), bouwperiode of type eigendom en bewoningssituatie.

Opmerking

De gegevens zijn afkomstig uit de Censussen van 2011 en 2021. Deze worden om de tien jaar door Statbel uitgevoerd, in overeenstemming met de Europese regelgeving, en vormen “een momentopname van de bevolking die in België woont op 1 januari”. De Censussen bevatten statistieken over woningen en de demografische, socio-economische en onderwijskundige kenmerken van de burgers. Ze zijn sinds 2011 uitsluitend gebaseerd op administratieve databanken en vervangen de exhaustieve enquête onder alle burgers (volkstelling).

 

Het bestand ‘Huisvesting’ van de Census is gebaseerd op gegevens uit het Kadaster, aangevuld met gegevens uit het Rijksregister en de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het vormt daardoor een soort “verbeterd kadaster”, vooral omdat er woningen worden toegevoegd aan de in het kadaster geregistreerde woningen wanneer meerdere huishoudens op hetzelfde adres wonen dat slechts één woning omvat, mits ze verschillende postbusnummers hebben. Door dit mechanisme houdt de Census bijvoorbeeld beter rekening met gevallen – typerend voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – van oude huizen die in meerdere woningen zijn opgesplitst zonder dat dit officieel is geregistreerd. De nauwkeurigheid van de gegevens is wel afhankelijk van administratieve bronnen, waar bepaalde zaken soms over het hoofd worden gezien. Zo kunnen woningen onopgemerkt blijven als ze niet in het kadaster staan en er geen huishouden is gedomicilieerd.

 

Het aantal conventionele woningen omvat ook woningen in niet-residentiële gebouwen (bijvoorbeeld conciërgewoningen) en zogenaamde “onbewoonde” woningen. Volgens de definitie van de Census is een woning “bewoond” wanneer het wordt gebruikt als woonplaats door een of meer particuliere huishoudens, terwijl een “onbewoonde” woning geen huishouden huisvest. Dat betekent niet dat de woning noodzakelijkerwijs leeg staat: deze kan bewoond worden door mensen die er niet zijn gedomicilieerd (studenten, mensen zonder papieren, toeristen ...) of de woning kan tijdelijk onbewoond zijn na een verhuizing.

 

Collectieve woonverblijven (gevangenissen, verzorgingstehuizen …) maken geen deel uit van de conventionele woningen.

 

De methodologie van de Census 2021 is vrijwel identiek aan die van de Census 2011.

Beschikbaarheden
Datum van de kaart Aantal woningen Oppervlakte
2021 2021 2021
2011 2011 2021

Woningdichtheid

Thema
  • Huisvesting
Subthema's
  • Staat en evolutie van het woningbestand
Gewestelijk gemiddelde / Gewestelijke mediaan (2021)
3891.77
Eenheid
aantal/km²
Inleiding

De indicator geeft het aantal conventionele woningen per km² weer. Zo weerspiegelt deze indicator de verdeling van de woningen over de wijken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De woningdichtheid komt sterk overeen met de huishoudensdichtheid. Een huishouden wordt immers gedefinieerd als het geheel van personen die in één woning wonen, met dit verschil dat de indicator ‘woningdichtheid’ ook rekening houdt met onbewoonde woningen (zie Opmerkingen). De woningdichtheid is sterk afhankelijk van het type bodemgebruik, van de morfologie van de bebouwing (ruimtelijke indeling en omvang van de gebouwen) en van het al dan niet residentiële karakter van de gebouwen. De woningdichtheid zal dan ook groter zijn naarmate:

- het aantal woningen per oppervlakte-eenheid hoog is;

- een groot deel van de bebouwing voor bewoning bestemd is;

- de woningen klein zijn.

 

Wijken met minder dan 200 woningen worden grijs weergegeven

Beschrijving

In 2021

 

In 2021 bedraagt de dichtheid van ‘conventionele’ woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 3 892 woningen per km². De ruimtelijke variatie van deze indicator volgt over het algemeen een centrum-periferiepatroon: de woningdichtheid neemt geleidelijk af van het centrum naar de periferie.

 

De centrale wijken in de Vijfhoek en die in de Eerste kroon, die voornamelijk in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw zijn gebouwd, hebben de hoogste niveaus van woningdichtheid in het Gewest.

 

In de Vijfhoek is er een opvallend contrast tussen de hoge dichtheden, van meer dan 9 000 woningen/km² in de wijken in het westen en het zuiden (Begijnhof – Diksmuide, Dansaert, Anneessens, Stalingrad, Marollen) en de lagere dichtheden, minder dan 6 500 woningen/km², van de wijken in het oosten (Onze-Lieve-Vrouw-ter-Sneeuw, Koningswijk, Zavel). In de wijken in het westen en het zuiden, en in de wijk Grote Markt, is de woningdichtheid hoog door het overwicht van aaneengesloten woningen in appartementsgebouwen met meer dan twee verdiepingen. Ten oosten van de Vijfhoek is het aanbod aan woningen kleiner vanwege de concurrentie van andere stedelijke functies, zoals kantoren, winkels en hotels.

 

De woningdichtheid bereikt maximale waarden van meer dan 10 000 woningen/km² in de Eerste kroon. De gemeente Sint-Gillis, met de wijken Bosnië, Hallepoort, Berckmans – Munthof en Hoog Sint-Gillis springt duidelijk in het oog. Hetzelfde geldt voor de wijken Sint-Joost Centrum, Plasky, Squares, Dailly, Haachtsesteenweg, Brabantwijk en Colignon in het noorden; Sint-Pieter, Jourdan, Jacht, Matonge, Flagey – Malibran, Louiza – Langehaag en Kastelein in het zuidoosten. In deze wijken zijn er veel woningen per km² en zijn ze klein van omvang. De andere wijken van de Eerste kroon vertonen vrij vergelijkbare kenmerken, maar met iets lagere niveaus van woningdichtheid. De Europese wijk onderscheidt zich door een lagere woningdichtheid (3 046 woningen/km²) omdat er veel ruimte is gereserveerd voor kantoren en winkels.

 

De Tweede kroon, en dan vooral het zuiden en het oosten, telt veel wijken met een lage woningdichtheid. Terwijl de wijken die grenzen aan de Eerste kroon relatief hoge dichtheden hebben, variërend van 4 000 tot 9 000 woningen/km², hebben de verder afgelegen wijken lagere dichtheden, vaak minder dan 4 000 woningen/km². De oppervlakten die onder deze gebieden met lage dichtheid vallen, zijn groter in het zuidoostelijke kwadrant dan in het westen van het Gewest. In de Tweede kroon is het lage aantal woningen per oppervlakte-eenheid toe te schrijven aan het overwicht van eengezinswoningen in de woonwijken (Ste-Aleidis – Mooibos, Kriekenput – Homborch – Verrewinkel, Diesdelle, Putdaal, Bosvoorde-Centrum, Potaarde, Haren) of aan het minder residentiële karakter van bepaalde wijken (Industrie-Noord, Industrie-Zuid, Vogelenzang - Erasmus).

 

Van 2011 tot 2021

 

Tussen 2011 en 2021 is de woningdichtheid gestegen van 3 578 naar 3 892 woningen/km². Deze indicator hangt rechtstreeks samen met het aantal woningen in het Gewest, dat gestaag is toegenomen van 581 000 woningen in 2011 tot 632 000 in 2021. Deze stijging houdt deels verband met de bouw van nieuwe woningen (tussen 2011 en 2021 zijn bijna 34 000 woningen gebouwd). Daarnaast is er ook sprake van opsplitsing van bestaande woningen.

 

De geografische spreiding van de woningen is tussen 2011 en 2021 weinig veranderd.

 

De wijken met de hoogste woningdichtheid in 2011, voornamelijk te vinden in de Eerste kroon, kwamen in de buurt van of overschreden het aantal van 12 000 woningen/km². Daarvan is de dichtheid in de wijken van de gemeente Sint-Gillis (Berckmans – Munthof, Hoog Sint-Gillis, Hallepoort en Bosnië) gestabiliseerd. Andere wijken zijn verder verdicht (Sint-Joost Centrum, Flagey – Malibran en Matonge).

 

De wijken met een lage woningdichtheid in 2011 (minder dan 4 000 woningen/km²), die zich voornamelijk in de Tweede kroon bevinden, zijn dat gebleven, behalve de wijk Bizet – Rad – Coovi, die nu de grens van 4 000 woningen/km² overschrijdt. Dat komt doordat in deze wijken vooral huizen in halfopen bebouwing en huizen in open bebouwing staan, namelijk grote woningen die moeilijk op te splitsen zijn. De wijken in de Eerste kroon en in de Vijfhoek die in 2011 een lage woningdichtheid hadden, vertoonden een tendens tot verdichting. In de Eerste kroon tellen Maritiemwijk en Kuregem Dauw nu meer dan 4 000 woningen/km². In de Vijfhoek heeft de wijk Martelaars dezelfde ontwikkeling doorgemaakt. De wijken Martelaars en Kuregem Dauw maken deel uit van de wijken waar de woningdichtheid tussen 2011 en 2021 het sterkst is toegenomen.

Opmerking

De gegevens zijn afkomstig uit de Censussen van 2011 en 2021. Deze worden om de tien jaar door Statbel uitgevoerd, in overeenstemming met de Europese regelgeving, en vormen “een momentopname van de bevolking die in België woont op 1 januari”. De Censussen bevatten statistieken over woningen en de demografische, socio-economische en onderwijskundige kenmerken van de burgers. Ze zijn sinds 2011 uitsluitend gebaseerd op administratieve databanken en vervangen de exhaustieve enquête onder alle burgers (volkstelling).

 

Het bestand ‘Huisvesting’ van de Census is gebaseerd op gegevens uit het Kadaster, aangevuld met gegevens uit het Rijksregister en de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het vormt daardoor een soort “verbeterd kadaster”, vooral omdat er woningen worden toegevoegd aan de in het kadaster geregistreerde woningen wanneer meerdere huishoudens op hetzelfde adres wonen dat slechts één woning omvat, mits ze verschillende postbusnummers hebben. Door dit mechanisme houdt de Census bijvoorbeeld beter rekening met gevallen – typerend voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – van oude huizen die in meerdere woningen zijn opgesplitst zonder dat dit officieel is geregistreerd. De nauwkeurigheid van de gegevens is wel afhankelijk van administratieve bronnen, waar bepaalde zaken soms over het hoofd worden gezien. Zo kunnen woningen onopgemerkt blijven als ze niet in het kadaster staan en er geen huishouden is gedomicilieerd.

 

Het aantal conventionele woningen omvat ook woningen in niet-residentiële gebouwen (bijvoorbeeld conciërgewoningen) en zogenaamde “onbewoonde” woningen. Volgens de definitie van de Census is een woning “bewoond” wanneer het wordt gebruikt als woonplaats door een of meer particuliere huishoudens, terwijl een “onbewoonde” woning geen huishouden huisvest. Dat betekent niet dat de woning noodzakelijkerwijs leeg staat: deze kan bewoond worden door mensen die er niet zijn gedomicilieerd (studenten, mensen zonder papieren, toeristen ...) of de woning kan tijdelijk onbewoond zijn na een verhuizing.

 

Collectieve woonverblijven (gevangenissen, verzorgingstehuizen …) maken geen deel uit van de conventionele woningen.

 

De methodologie van de Census 2021 is vrijwel identiek aan die van de Census 2011.

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.