Aandeel in de wijk wonende kinderen die naar een secundair school gaan op minder dan 1 km van hun woning

Thema
  • Onderwijs
Subthema's
  • secundair onderwijs
Eenheid
%
Geografische schaal
Wijkmonitoring
Definitie

Voor ieder niveau (kleuteronderwijs, lager onderwijs en middelbaar onderwijs) staat de teller voor het aantal kinderen uit de wijk dat naar een school gaat die zich op minder dan 1 km in vogelvlucht van hun woonplaats bevindt, en de noemer komt overeen met het totale aantal kinderen uit de wijk dat is ingeschreven in een school voor het desbetreffende niveau, ongeacht de afstand tussen die school en de woonplaats.

Belang

De indicator laat zien hoe de mobiliteit van kinderen is vanaf hun woonplaats. De indicator beoordeelt het aandeel kinderen dat naar een school in de buurt van hun woonplaats gaat. Hierbij wordt een school beschouwd als dicht bij de woonplaats gelegen als de school zich op minder dan 1 km in vogelvlucht van de woonplaats van het kind bevindt. Op het gebied van mobiliteit zijn deze korte afstanden gunstig voor zachte mobiliteit (te voet, met de fiets …)

Opmerking

De afstand tot de woonplaats is doorgaans niet het enige criterium dat bepalend is bij de keuze van een school. Andere criteria, zoals normen en waarden van de instelling, reputatie van de school, het selectiebeleid of het soort wijk waarin de school zich bevindt, spelen een rol bij de keuze (GIRSEF1). In het secundair onderwijs heeft de keuze van studierichtingen en oriëntatie ook veel invloed op de keuze van de school. Kinderen kunnen dus uit eigen keuze of uit noodzaak (zoals een gebrek aan plaatsen in scholen in de buurt) naar een school gaan die verder van huis ligt.

 

De afstanden in vogelvlucht tussen woonplaats en school worden berekend tussen het demografisch zwaartepunt van de statistische sector waar het kind woont en de XY-coördinaten van zijn school. Het demografisch zwaartepunt komt overeen met het gemiddelde van de kaartcoördinaten van elk bewoond adres in de sector, gewogen voor het aantal inwoners. In sommige grotere en langgerekte sectoren geeft het demografische zwaartepunt de woonplaatsen minder goed weer. Dit heeft een lokale impact op de indicator die daardoor moeilijk te begrijpen is. Op het niveau van de wijken (= groepering van statistische sectoren) wordt evenwel verwacht dat deze onnauwkeurigheden elkaar compenseren. Meer informatie: Focus van het BISA nr. 72

 

1 DELVAUX, Bernard et SERHADLIOGLU, Eliz, 2014. La ségrégation scolaire, reflet déformé de la ségrégation urbaine. Différentiation des milieux de vie des enfants bruxellois. Les cahiers de recherche du Girsef. Oktober 2014, nummer 100, beschikbaar op: https://www.uclouvain.be/cps/ucl/doc/girsef/documents/cahier_100_Delvaux-Serhadlioglu(1).pdf

Beschikbaarheden
Datum van de kaart
2023-2024
2022-2023
2021-2022
2020-2021
2019-2020

Aandeel in de wijk wonende kinderen die naar een secundair school gaan op minder dan 1 km van hun woning

Thema
  • Onderwijs
Subthema's
  • secundair onderwijs
Eenheid
%
Inleiding

De indicator voor het aandeel kinderen uit de wijk dat naar een secundaire school gaat die zich binnen een straal van 1 km van hun woonplaats bevindt, geeft aan in welke mate de kinderen uit de wijk naar scholen in de directe omgeving van hun woonplaats gaan. Vanuit het oogpunt van mobiliteit zijn korte afstanden gunstig voor actieve mobiliteit (te voet, met de fiets …).

Beschrijving

II.1 In 2023-2024

Gemiddeld gaat één op de vier kinderen naar een secundaire school binnen een straal van 1 km rond hun woonplaats. De wijken waar dit percentage hoger ligt dan 40 % bevinden zich vooral in het zuiden van de Vijfhoek en het zuidoosten van de eerste kroon. De wijken waar minder dan 10 % van de kinderen naar een secundaire school in de buurt van hun woonplaats gaat, bevinden zich allemaal in de tweede kroon.

 

Tijdens het schooljaar 2023-2024 gaat 24 % van de Brusselse kinderen naar een secundaire school op minder dan 1 km van hun woonplaats. Dit aandeel varieert lokaal tussen 0 % (Industrie-Noord, Industrie NATO) en 49 % (Sint-Michiel).

 

Over het algemeen geldt dat in de meest centraal gelegen wijken (Vijfhoek, eerste kroon) een groter aandeel kinderen naar een school in de buurt van hun woonplaats gaat. Toch zijn er ook enkele gemeenten uit de tweede kroon (Jette, Ganshoren, Sint-Lambrechts-Woluwe) waar in sommige wijken meer dan 30 % van de kinderen op een secundaire school zit op minder dan 1 km van hun woonplaats.

 

De wijken met minder dan 10 % kinderen die op minder dan 1 km van hun woonplaats naar een secundaire school gaat, bevinden zich allemaal in de tweede kroon. Deze wijken komen overeen met de wijken waar een groter dan gemiddeld deel van de kinderen het Gewest verlaat om secundair onderwijs te volgen (Kaart). Zoals beschreven in Focus 72 van het BISA duren de verplaatsingen richting buiten het Gewest over het algemeen langer dan de verplaatsingen binnen het Gewest.

 

II.2. Evolutie 2019-2020 tot 2023-2024

 

Het gewestelijke gemiddelde is tussen 2019-2020 en 2023-2024 onveranderd gebleven: 24 % van de kinderen gaat naar een secundaire school op minder dan 1 km van hun woonplaats. De ruimtelijke spreiding van het aandeel kinderen dat in de buurt van hun woonplaats naar een secundaire school gaat, is in deze periode stabiel gebleven.

Opmerking

De afstand tot de woonplaats is doorgaans niet het enige criterium dat bepalend is bij de keuze van een school. Andere criteria, zoals normen en waarden van de instelling, reputatie van de school, het selectiebeleid of het soort wijk waarin de school zich bevindt, spelen een rol bij de keuze (GIRSEF1). In het secundair onderwijs heeft de keuze van studierichtingen en oriëntatie ook veel invloed op de keuze van de school. Kinderen kunnen dus uit eigen keuze of uit noodzaak (zoals een gebrek aan plaatsen in scholen in de buurt) naar een school gaan die verder van huis ligt.

 

De afstanden in vogelvlucht tussen woonplaats en school worden berekend tussen het demografisch zwaartepunt van de statistische sector waar het kind woont en de XY-coördinaten van zijn school. Het demografisch zwaartepunt komt overeen met het gemiddelde van de kaartcoördinaten van elk bewoond adres in de sector, gewogen voor het aantal inwoners. In sommige grotere en langgerekte sectoren geeft het demografische zwaartepunt de woonplaatsen minder goed weer. Dit heeft een lokale impact op de indicator die daardoor moeilijk te begrijpen is. Op het niveau van de wijken (= groepering van statistische sectoren) wordt evenwel verwacht dat deze onnauwkeurigheden elkaar compenseren. Meer informatie: Focus van het BISA nr. 72

 

1 DELVAUX, Bernard et SERHADLIOGLU, Eliz, 2014. La ségrégation scolaire, reflet déformé de la ségrégation urbaine. Différentiation des milieux de vie des enfants bruxellois. Les cahiers de recherche du Girsef. Oktober 2014, nummer 100, beschikbaar op: https://www.uclouvain.be/cps/ucl/doc/girsef/documents/cahier_100_Delvaux-Serhadlioglu(1).pdf

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.