Geslachtsverhouding

Geslachtsverhouding

Thema

Bevolking


Gewestelijk gemiddelde (2019)

96,16 %

I. Inleiding

Deze indicator wordt berekend door de vergelijking van het mannelijke aandeel met het vrouwelijke aandeel van een bepaalde bevolking. Hij wordt uitgedrukt in aantal mannen per 100 vrouwen. Een waarde van minder dan 100 betekent dat de vrouwen talrijker zijn dan de mannen en omgekeerd.

Bij de geboorte is de geslachtsverhouding 105 jongens per 100 meisjes. Omdat het sterftecijfer van de jongens in het algemeen hoger is dan dat van de meisjes, vermindert de verhouding met de leeftijd en zijn de volwassen vrouwen in de meerderheid. Op een vergevorderde leeftijd vermindert deze verhouding vervolgens sterk ten gevolge van de hogere levensverwachting van de vrouwen. De geslachtsverhouding hangt dus rechtstreeks af van de leeftijdsstructuur van de bevolking. Hoe ouder een bevolking is, hoe groter de kans dat er meer vrouwen dan mannen zijn. We dienen hierbij echter op te merken dat dit verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen ieder jaar afneemt. Het gevolg hiervan is dat de impact van de leeftijdsstructuur op de geslachtsverhouding afneemt: in sommige gevallen veroudert de bevolking en neemt tegelijk het relatief aantal mannen toe.

Het is nochtans niet de enige factor die de numerieke verhouding tussen mannen en vrouwen bepaalt. Ook verschillende migratietrajecten in functie van geslacht en leeftijd beïnvloeden het resultaat. Na hun vestiging zal de geslachtsverhouding bij deze migrantenbevolking natuurlijk ook evolueren met de leeftijd.



II. Beschrijving van de kaart

II.1. In 2019

De kaart vertoont in de Vijfhoek, de arme sikkel en de Europawijk waarden hoger dan 100, meer mannen dan vrouwen dus. Hierbij zijn vooral de waarden in het Vijfhoek en bepaalde wijken in het zuidwesten van de eerste kroon hoog. In de wijken langs het kanaal en de rest van de eerste kroon is de oververtegenwoordiging van de mannen maar licht. In de tweede kroon zijn de vrouwen talrijker.  

Deze ruimtelijke verdeling is, globaal gezien, omgekeerd evenredig met de ruimtelijke verdeling van het aandeel personen van 65 jaar en meer in de bevolking. Hoe lager dit aandeel, hoe sterker de geslachtsverhouding. De centrale wijken zijn de wijken met het laagste aandeel 65-plussers en relatief de meeste mannen.  Deze omgekeerde relatie wordt ook in de andere richting bevestigd: de bejaarde personen zijn relatief veel beter vertegenwoordigd in de buitenwijken van de tweede kroon. Deze registreren bijzonder zwakke geslachtsverhoudingen. De waarden die geregistreerd worden voor de geslachtsverhouding vertonen dus een afnemende gradiënt van het centrum naar de rand.

Er zijn nog enkele andere parameters die de bijzonder hoge waarden in de meer centrale wijken verklaren. De bevolking is bijzonder jong (zie kaart 'Gemiddelde leeftijd') in het westen en het noorden van de Vijfhoek, waardoor de verhouding de neiging heeft om hogere waarden op te tekenen. Het feit dat diezelfde wijken een belangrijke immigratie vanuit het buitenland, meer bepaald vanuit Turkije en Noord-Afrika gekend hebben, benadrukt enigszins dit onevenwicht in het voordeel van de mannen. De migraties, die verband houden met werk, waren immers heel lang een zaak van mannen. Hoewel de migraties ondertussen sterk vervrouwelijkt zijn, draagt de bevolking nog steeds de erfenis van de vorige generaties.

 

II.2. Evolutie van 1997 tot 2019

De geslachtsverhouding steeg ieder jaar sinds 1997 (deze bedroeg toen 90,50). Hoewel de vrouwen in de meerderheid blijven in de stad, stijgt het aandeel mannen dus over de hele betrokken periode. Deze evolutie is in de eerste plaats het gevolg van een verjonging van de bevolking en dus een toename van het aantal geboorten, waarbij de jongens in de meerderheid zijn. Zoals hierboven uitgelegd, is een andere mogelijke reden de daling van het verschil in levensverwachting bij de geboorte tussen mannen en vrouwen ieder jaar.

De migratiebalansen tussen het Brusselse Gewest en het buitenland tenslotte brengen vandaag ongeveer evenveel mannen als vrouwen naar de stad, terwijl deze verhouding vroeger duidelijke in het voordeel van de mannen was.  

De ruimtelijke spreiding tenslotte vertoont geen grote wijzigingen tussen 1997 en 2018. Wel stellen we vooral een toename van de geslachtsverhouding in de aanpalende wijken aan de eerste kroon in de tweede kroon, vooral in het noorden en het westen van de tweede kroon. In de wijk Reyers kende de geslachtsverhouding van de bevolking een sterke toename van 72 mannen voor 100 vrouwen in 1997 tot 108 mannen voor 100 vrouwen in 2019.


 

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.