Werkloosheidsgraad

Werkloosheidsgraad

Thema

Arbeidsmarkt

Subthema

Werkloosheid


Gewestelijk gemiddelde (2018)

18,65 %

I. Inleiding

De werkloosheidsgraad is de verhouding tussen de werkzoekende bevolking en de beroepsbevolking (werkende en werkzoekende bevolking). Hij meet het aandeel van de personen zonder werk, op zoek naar werk en beschikbaar om een betrekking in te vullen in het geheel aan personen actief op de arbeidsmarkt. Om de werkloosheidsgraad te berekenen, wordt enkel rekening gehouden met de personen op beroepsactieve leeftijd (18-64 jaar).

De werkloosheidsgraad maakt het mogelijk om het onevenwicht tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te kwantificeren. Deze indicator hangt af van de persoonlijke, sociale en economische context van de inwoners van een gebied. Werkloosheid kan mechanismen van bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting in gang zetten. Dit kan leiden tot moeilijkheden bij de toegang tot huisvesting en basisgoederen en -diensten. De werkloosheidsgraad vormt een aanvulling op de indicatoren activiteits- en werkgelegenheidsgraad.


 


II. Beschrijving van de kaart

II.1. In 2018

De werkloosheidsgraad is het hoogst in de arme sikkel en daalt naarmate men er verder van weggaat. Hij bereikt de laagste waarden in de tweede kroon, nabij de grens van het gewest, vooral in het zuidoosten.  

De werkloosheidsgraad tekent een zeer duidelijke structuur op het grondgebied van Brussel.

Ten eerste is de werkloosheid bijzonder hoog in de arme sikkel. De werkloosheidsgraad is er het hoogst van het hele gewest en overschrijdt 30% in sommige wijken van Sint-Jans-Molenbeek (Weststation, Kuregem Dauw, Historisch Molenbeek) en in de Marollen.

Ten tweede daalt de werkloosheidsgraad naarmate men verder weggaat van de arme sikkel en bereikt hij de laagste waarden in de wijken nabij de grens van het gewest, vooral in het zuidoosten. Daar hebben Diesdelle, Stokkel of Putdaal werkloosheidspercentages van 8% of minder. Aan de westelijke grens ligt ook de wijk Neerpede met een werkloosheidsgraad van 6%.

Twee centrale wijken hebben eveneens zeer lage werkloosheidscijfers: de Koningswijk (7%) en de Europawijk (8%). 

II.2. Evolutie tussen 2007 en 2018

Globaal genomen is de werkloosheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 2007 gedaald: de gemiddelde Brusselse werkloosheidsgraad is gedaald van 22% tot 19%. Na de economische en financiĆ«le crisis van 2008 was er echter aanvankelijk een periode van stijgende werkloosheid. In 2010 bereikte de werkloosheidsgraad 23% en bleef hij tot 2014 rond deze waarde. Sinds 2015 is de werkloosheidsgraad voortdurend gedaald. Achter deze daling gaat een daling van de werkloze bevolking en een stijging van de werkende bevolking schuil. 

De ruimtelijke structuur van de werkloosheid is zeer stabiel gebleven: de wijken met de hoogste werkloosheidsgraad zijn in 2007 en 2018 vrijwel dezelfde, net zoals de wijken met de laagste werkloosheidsgraad.

De daling van de werkloosheid is zeer aanzienlijk geweest in de arme sikkel: de wijken met de hoogste werkloosheidsgraden zijn dus ook de wijken die de grootste daling hebben gekend. In de drie Molenbeekse wijken met de hoogste werkloosheidscijfers in 2007 (Weststation, Kuregem Dauw en Historisch Molenbeek), zijn deze cijfers op een tiental jaar met 7 tot 12 procentpunten gedaald.

Ondanks de daling van het gewestelijke gemiddelde is de werkloosheidsgraad in bijna een derde van de wijken toch gestegen. De wijken die hun werkloosheidsgraad hebben zien stijgen, zijn in hoofdzaak verdeeld over de tweede kroon, waar de werkloosheidgraad laag is.

Daarom kan worden gezegd dat de kloof tussen de wijken met de hoogste en de laagste werkloosheidsgraad kleiner wordt, hoewel deze nog steeds aanzienlijk is. Het verschil tussen de hoogste en de laagste werkloosheidsgraad is gedaald van 38 procentpunten in 2007 tot 28 procentpunten in 2018, ofwel het verschil tussen de werkloosheidsgraad van het Weststation (34%) en dat van Neerpede (6%). 

 

De gegevens over de beroepsbevolking van het Datawarehouse AM&SB van het KSZ zijn herzien. Er is dus een breuk in de tijdreeks tussen 2018 en de voorgaande jaren.

 

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.