Aandeel sociale woningen (aantal sociale woningen per 100 huishoudens)

Thema
  • Huisvesting
Subthema's
  • Sociale woningbestand
Eenheid
huisv/100 huishoudens
Geografische schaal
Wijkmonitoring
Definitie

Het aandeel sociale woningen komt overeen met het aantal sociale woningen per 100 huishoudens. Onder sociale woningen wordt hier verstaan: woningen die tegen een sociaal tarief worden verhuurd door de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM’s) van het Gewest. Het aantal sociale woningen wordt gemonitord door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM), die de OVM's bijstaat en controleert. Het omvat ook onbewoonde woningen.

Belang

De indicator geeft een idee van hoe talrijk sociale woningen zijn in vergelijking met andere soorten huisvesting.
Het aantal sociale woningen vormt het basisgegeven van de indicator. Deze is op zichzelf nuttig om andere indicatoren te interpreteren. Zo is het vanzelfsprekend dat problemen in verband met sociale huisvesting zwaarder doorwegen in wijken met veel sociale woningen dan in wijken waar er maar weinig zijn.
Naast het absolute aantal sociale woningen per wijk is het aandeel sociale woningen (aantal sociale woningen per 100 huishoudens) de verhouding tussen het aantal sociale woningen in een wijk en het aantal huishoudens in die wijk. Met deze indicator kunnen wijken met elkaar worden vergeleken en kan worden nagegaan of bepaalde wijken in vergelijking met andere wijken een te klein of te groot aanbod aan sociale woningen hebben. De afgelopen legislaturen heeft het Gewest zich ten doel gesteld om 15 % woningen van sociale aard op zijn grondgebied te realiseren, evenwichtig verdeeld over gemeenten en wijken.
Dit thema kan in verband worden gebracht met andere thema's van de Monitoring, zoals gezondheid, demografie, inkomen van huishoudens, participatie ...

Opmerking

1. Alleen woningen die eigendom zijn van de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM’s) en die verhuurd worden tegen sociaal tarief worden meegenomen bij de berekening van de indicator. De OVM’s zijn de belangrijkste sociale verhuurders in het Gewest, met 41.014 woningen op 31/12/2024. Het is wel belangrijk om in gedachten te houden dat ook andere actoren woningen van sociale aard verhuren:
- het Woningfonds verhuurt ongeveer 1 500 woningen tegen sociaal tarief;
- sociale verhuurkantoren (SVK’s) verhuren tegen sociaal tarief bijna 8 000 woningen die voornamelijk eigendom zijn van particuliere eigenaars;
- gemeenten en OCMW's bieden ook ongeveer 5 000 woningen te huur aan tegen een gemiddelde of gematigde prijs, die hoger is dan het sociale tarief, maar over het algemeen lager dan de huurprijzen op de particuliere huurmarkt;
- sommige OVM's verhuren ook woningen tegen een gemiddelde of gematigde prijs (in totaal 96 woningen op 31/12/2024).
Dit kan leiden tot een onderschatting van het aandeel sociale woningen (of woningen van sociale aard) in bepaalde wijken.
2. De indicator omvat ook onbewoonde woningen, bijvoorbeeld omdat ze gerenoveerd moeten worden of omdat er leegstand is ontstaan door een wisseling van huurder. Op 31/12/2024 vertegenwoordigen deze woningen 12 % van het sociale woningbestand van de OVM’s.
3. Vanaf 2019 worden congiërgewoningen niet meer onder het aantal sociale woningen meegeteld.
4. Het aantal sociale woningen wordt ieder jaar op 31 december berekend. Door de beschikbaarheid van gegevens wordt de indicator “Aandeel sociale woningen” berekend op basis van het aantal huishoudens op 1 januari van hetzelfde jaar, ofwel met een vertraging van bijna een jaar.

Beschikbaarheden
Datum van de kaart Aantal sociale woningen Totaal aantal private huishoudens
2024 2024 2024
2023 2023 2023
2022 2022 2022
2021 2021 2021
2020 2020 2020
2019 0 0
2018 0 0
2017 0 0
2016 0 0
2015 0 0
2014 0 0
2013 0 0
2012 0 0
2011 0 0
2010 0 0

Aandeel sociale woningen (aantal sociale woningen per 100 huishoudens)

Thema
  • Huisvesting
Subthema's
  • Sociale woningbestand
Gewestelijk gemiddelde / Gewestelijke mediaan (2024)
7.09
Eenheid
huisv/100 huishoudens
Inleiding

De indicator drukt het aantal sociale woningen uit in vergelijking met het totaal aantal huishoudens per wijk. De indicator geeft een idee van hoe talrijk sociale woningen zijn in vergelijking met andere soorten huisvesting. Onder sociale woningen wordt hier verstaan: woningen die tegen een sociaal tarief worden verhuurd door de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM’s) van het Gewest. Aan de hand van proportionele cirkels kan het aantal sociale woningen per wijk worden bepaald.

Beschrijving

In 2024

 

De verdeling van de sociale woningen op schaal van het Gewest is relatief versplinterd met plaatselijk hoge aandelen. Een heel aantal wijken in het zuidoostelijke kwadrant hebben er weinig of helemaal geen.

 

Het aandeel sociale woningen op schaal van het Gewest relatief laag blijft (7,1 sociale woningen voor 100 huishoudens) ondanks de inspanningen om te renoveren en nieuwe wooneenheden te creëren (zie voor meer informatie hierover de Inventaris van de projecten van publieke woningen).

De kaart toont dat de sociale huisvesting aanwezig is in alle Brusselse gemeenten, maar niet in dezelfde mate. De gemeenten Watermaal-Bosvoorde en Evere tellen respectievelijk 17,9 en 13 sociale woningen per 100 huishoudens. Daartegenover staan de gemeenten Etterbeek, Elsene, Sint-Gillis, Schaarbeek, Ukkel en Sint-Pieters-Woluwe, die minder dan 5 sociale woningen per 100 huishoudens tellen.

In alle gemeenten is er een ruimtelijke scheiding tussen de meer welvarende wijken, waar het aandeel sociale woningen zeer klein of zelfs nul is, en de wijken waar meer sociale woningen aanwezig zijn. Met name in het zuidoostelijke kwadrant van het Gewest hebben veel wijken een zeer laag of zelfs geen aandeel sociale woningen. Bepaalde wijken in de noord- en westrand (Neerpede, Heymbosch - AZ Jette), net als het oosten van de Vijfhoek en de Europese wijk, waar andere functies dan de huisvesting overheersen, bevinden zich eveneens in dat geval. Met uitzondering van de wijk de Marollen in de Vijfhoek, liggen de wijken met een hoge dichtheid aan sociale woningen meer aan de rand van het Gewest (Heizel, Villa’s van Ganshoren, Moortebeek – Peterbos, Goede Lucht, Vogelenzang – Erasmus, Kriekenput – Homborch – Verrewinkel, Dries, Drie Linden, Kapelleveld, Paduwa).

De versplinterde verdeling van de sociale huisvesting is de weerspiegeling van de diverse bouwgolven en van het grote aantal huisvestingsmaatschappijen die de geschiedenis van de sociale huisvesting telt:

  1. De wet van 1889 op de arbeidershuisvesting vormt het uitgangspunt van het sociaal huisvestingsbeleid in België. Een hele reeks appartementsgebouwen dateren uit deze periode: meer bepaald Cité Hellemans in de Marollen, de Cité de la Fôret d'Houthulst in de wijk Begijnhof-Diksmuide, Delva in Oud Laken West (Brussel-Stad), alsook woninggroepen in de wijk Bosnië (Sint-Gillis).
  2. Vanaf de jaren 1920 doen de wijken met individuele kleine villaatjes hun intrede. Deze gehelen die tuinwijken worden genoemd als verwijzing naar hun Brits model, werden oorspronkelijk in de meest perifere onbebouwde gebieden van het Gewest gebouwd, op de goedkoopste terreinen die vanaf de stad bereikbaar waren via de (nieuwe) tram-en buslijnen. We denken hierbij aan de tuinwijken van Moortebeek (Anderlecht), Terdelt (Schaarbeek), Kapelleveld (Sint-Lambrechts-Woluwe), Homborch (Ukkel) en "Le Logis-Floréal" in de wijk van de Drie Linden (Watermaal-Bosvoorde). Hoewel de naam tuinwijk enkel wordt gebruikt voor de woonwijken die ontstaan zijn in de jaren 1920, werden er in de naoorlogse periode nog andere verkavelingen met individuele villaatjes aangelegd in de perifere wijken van de stad, zoals de cités Steenbok en Plejaden (Sint-Lambrechts-Woluwe) of de cité Tornooiveld (wijk Paduwa, Evere).
  3. In de naoorlogse periode begon men de voorkeur te geven aan gebouwen die in de hoogte werden gebouwd, de woontorens en -blokken die in het algemeen in groepen op vrijgemaakte terreinen werden gebouwd. Dit type gebouw wordt algemeen vanaf de jaren 1950, in het kader van stedelijke renovatie ("verwijderen van krotten") in de centrale wijken (Krakeelcité in de Marollen, cité Potiers in de wijk Anneessens) en in de grote perifere wijken (Modelwijk, Peterbos, Villa's van Ganshoren).
  4. De meer recente sociale woonwijken valoriseren dan weer de nog bestaande onbebouwde grondreserves, bij voorkeur in de wijken van de Tweede kroon: Ernotte in de wijk Dries (Elsene), Lennik in de wijk Bizet-Rad-COOVI (Anderlecht).

Terwijl bepaalde gemeenten, zoals Evere, Ganshoren en Watermaal-Bosvoorde vandaag over een aanzienlijke voorraad sociale woningen beschikken, zijn ze de afgelopen jaren weinig actief geweest in deze sector om diverse redenen (beschikbaarheid van terreinen, politiek voluntarisme, verzet van de omwonenden...). Van deze gemeenten heeft alleen Evere de ontwikkeling van zijn sociale woningbestand voortgezet.

 

Evolutie van 2010 tot 2024

 

In 2024 beschikt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld over 7,1 sociale woningen per 100 huishoudens. De variatie van het aandeel sociale woningen in een wijk hangt hoofdzakelijk af van twee factoren: de evolutie van het aantal aanwezige huishoudens en deze van het aantal sociale woningen. Tussen 2010 en 2012 nam het aantal sociale woningen per 100 huishoudens af van 7,4 sociale woningen per 100 huishoudens naar 7,2 sociale woningen per 100 huishoudens Deze daling is te verklaren door de sterke stijging van het aantal huishoudens in deze periode. Daarna blijft de waarde van de indicator gedurende een tiental jaar stabiel (tussen 7,2 en 7,3 sociale woningen per 100 huishoudens, afhankelijk van het jaar). In 2023 daalt deze tot 7,1 als gevolg van een nieuwe stijging van het aantal huishoudens tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023.

De geografische verdeling is niet sterk gewijzigd tussen 2010 en 2024. De wijken met het grootste aandeel sociale woningen per 100 huishoudens in 2010 blijven de wijken met de grootste dichtheid aan sociale woningen in 2024 (Drie Linden, Goede Lucht, Moortebeek - Peterbos, Kriekenput - Homborch - Verrewinkel, Kapelleveld, Villa’s van Ganshoren, Marollen).

 

 

Opmerking

1. Alleen woningen die eigendom zijn van de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM’s) en die verhuurd worden tegen sociaal tarief worden meegenomen bij de berekening van de indicator. De OVM’s zijn de belangrijkste sociale verhuurders in het Gewest, met 41.014 woningen op 31/12/2024. Het is wel belangrijk om in gedachten te houden dat ook andere actoren woningen van sociale aard verhuren:
- het Woningfonds verhuurt ongeveer 1 500 woningen tegen sociaal tarief;
- sociale verhuurkantoren (SVK’s) verhuren tegen sociaal tarief bijna 8 000 woningen die voornamelijk eigendom zijn van particuliere eigenaars;
- gemeenten en OCMW's bieden ook ongeveer 5 000 woningen te huur aan tegen een gemiddelde of gematigde prijs, die hoger is dan het sociale tarief, maar over het algemeen lager dan de huurprijzen op de particuliere huurmarkt;
- sommige OVM's verhuren ook woningen tegen een gemiddelde of gematigde prijs (in totaal 96 woningen op 31/12/2024).
Dit kan leiden tot een onderschatting van het aandeel sociale woningen (of woningen van sociale aard) in bepaalde wijken.
2. De indicator omvat ook onbewoonde woningen, bijvoorbeeld omdat ze gerenoveerd moeten worden of omdat er leegstand is ontstaan door een wisseling van huurder. Op 31/12/2024 vertegenwoordigen deze woningen 12 % van het sociale woningbestand van de OVM’s.
3. Vanaf 2019 worden congiërgewoningen niet meer onder het aantal sociale woningen meegeteld.
4. Het aantal sociale woningen wordt ieder jaar op 31 december berekend. Door de beschikbaarheid van gegevens wordt de indicator “Aandeel sociale woningen” berekend op basis van het aantal huishoudens op 1 januari van hetzelfde jaar, ofwel met een vertraging van bijna een jaar.

De definitie van de cursief gedrukte woorden vindt u in het glossarium van de website.